PDF Afdrukken E-mail

Historische herinnering inzet van hevige polemiek in Spanje

Baltasar Garzón, de internationaal vermaarde rechter die ooit de Chileense dictator Augusto Pinochet liet arresteren, dreigt uit zijn functie ontzet te worden. De onderzoeksrechter bij de Audiencia Nacional, een speciale rechtbank bevoegd inzake terrorisme, corruptie en georganiseerde misdaad, zou zich schuldig gemaakt hebben aan ambtsmisbruik door een strafrechtelijk onderzoek op te starten naar de misdaden van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en de daaropvolgende dictatuur van generaal Francisco Franco (1939-1975). Een drietal radicaal rechtse drukkingsgroepen, waaronder de restanten van de franquistische Falange-partij, dienden een klacht in die door het Hooggerechtshof ontvankelijk werd verklaard, wat als een belediging en pijnlijke vernedering ervaren werd door de verenigingen die zich inzetten voor het herstel van de historische herinnering en genoegdoening voor de slachtoffers van het franquisme.


Madrid, 21 november 1975. De dagbladen melden het overlijden van Francisco Franco ('La transición', Madrid, El Pais, 2006, p.13).
Madrid, 21 november 1975. De dagbladen melden het overlijden van Francisco Franco ('La transición', Madrid, El Pais, 2006, p.13).
Na de dood van Franco in 1975 kende het land een overgang van dictatuur naar constitutionele monarchie, gedragen door een brede politieke consensus. Die transición werd getekend door drie juridisch-politieke mijlpalen: de Amnestiewet van oktober 1977 die alle politieke misdrijven begaan vóór december 1976 ongemoeid liet, de wetgevende verkiezingen van juni 1977 voorafgegaan door de legalisering van alle onder het franquisme verboden partijen en als letterlijke kroon op het werk, de grondwet van 1978.

 

Waar midden jaren zeventig een politieke meerderheid in Spanje een streep onder het verleden wilde trekken om samen een nieuwe start te nemen, gingen de afgelopen jaren stemmen op die vooral opheldering wilden. Die opiniestroming wordt voornamelijk maar niet uitsluitend gedragen door kinderen en kleinkinderen van de slachtoffers van het franquisme die niet begrijpen waarom Spanje, in tegenstelling tot andere voormalige dictaturen, geen waarheidscommissie, dus geen historisch geheugen kende en bijgevolg met een onverwerkt verleden zit. Om aan deze verzuchtingen tegemoet te komen, en omdat zij zich in deze verzuchtingen herkende, werkte de huidige regering onder leiding van José Luis Rodriguez Zapatero tussen 2005 en 2007 behoedzaam en geleidelijk een Ley de Memoria Histórica uit (wet op de historische herinnering). Die wet erkent alle slachtoffers van burgeroorlog en franquistische dictatuur, spreekt zich uit voor het blootleggen van de massagraven van de door franquisten terechtgestelden (vraagt de autonome gemeenschappen voorlopig de kosten hiervan op zich te nemen) en gebiedt de totale verwijdering uit het openbare leven van alle franquistische symbolen.

 

De opgravingen werden tot nu toe ondernomen door nabestaanden op zoek naar hun familieleden die zich verenigden in de koepelorganisatie Asociación para la Recuperación de la Memoria Histórica (vereniging voor het herstel van de historische herinnering). Historisch onderzoek wijst uit tijdens de burgeroorlog zo'n 100.000 mensen door de franquisten werden geëxecuteerd; dat in het eerste decennium na het einde van de burgeroorlog nog eens 50.000 mensen werden terechtgesteld. In 1939 verbleven 500.000 Spanjaarden in franquistische gevangen- en concentratiekampen. Tijdens het eerste trimester van datzelfde jaar vluchtten nog eens een 450.000 mensen in Frans ballingschap, onder wie 170.000 vrouwen, kinderen en bejaarden. In de daaropvolgende maanden keerden er hiervan zo'n 200.000 terug om hun calvarie verder te zetten in de gevangenissen van de Franco-dictatuur. Daarnaast zijn er nog 12.000 kinderen van republikeinse gezinnen die door het regime aan hun ouders onttrokken werden. Naast de informele en ronduit illegale paseos (wandelingetjes met gevangenen die nooit meer terugkeerden) en de Ley de fugas (waarbij gevangenen tijdens hun zogenaamde vlucht gedood werden), werkte de dictatuur een heel juridisch dispositief uit: de Ley de Responsabilidades Políticas (februari 1939) – wet op de politieke verantwoordelijkheden, Ley de Represión de Masonería y el Comunismo (maart 1940) – wet voor de repressie van vrijmetselarij en communisme, Ley de Seguridad del Estado (maart 1941) – wet op de veiligheid van de staat en de Ley de Orden Público (juni 1959) – wet op de openbare orde.

 

De grootste politieke oppositiepartij, de Partido Popular, verzette zich tegen de Ley de Memoria Histórica. In de autonome gemeenschappen waar zij aan de macht is, verleent ze evenmin hulp bij de opgravingen en belemmert ze zelfs de inventarisering van deze graven. De PP steunt hiervoor op een andere opiniestroming, grotendeels bestaande uit families en verwanten van mensen die een aandeel hadden in de dictatuur, en die vinden dat het nefast is oude wonden open te rijten. Zij houden vast aan de Amnestiewet van 1977.

 

Garzón is de mening toegedaan dat zowel de Amnestiewet van 1977 als verjaring hier niet aan de orde zijn, omdat het om misdaden tegen de menselijkheid gaat. Hij beschikt over 114.266 namen van slachtoffers die in clandestiene massagraven verdwenen zijn tussen 1939 en 1951 en wil uitzoeken welke leiders van de Falange nog in leven zijn en ter verantwoording kunnen geroepen worden. Voor het Hooggerechtshof gaat het echter om gewone misdrijven, is de Amnestiewet wél geldig en is het zinloos te vervolgen omdat de meeste daders al overleden zijn.

 

De juridische strijd waarin onderzoeksrechter Garzón van jager in prooi veranderde, speelt zich dus niet af in een maatschappelijk vacuüm maar weerspiegelt een tweedeling waarin het huidige Spanje verkeert met haar historische herinnering als inzet. Het is tevens de vrucht van een transición waarvan auteur Manuel Vázquez Montalbán zei dat die niet zozeer de uitdrukking was van een krachtsverhouding als wel van een “zwakteverhouding”: de ex-machthebbers waren te zwak om hun dictatuur voort te zetten; de ex-opposanten te zwak om een totale breuk te bewerkstellingen.

 

Vincent Scheltiens

 

5 / 5 / 2010

 

  Terug